Madra Áthas

 

 

 

De geschiedenis van de Glen of Imaal Terriër speelt zich in feite uitsluitend af in Ierland. In “The noble art of Venerie on Hunting”, in de zestiende eeuw geschreven door George Turbervile, werd al melding gemaakt van een buitengewoon krachtige, kortbenige hond die uitsluitend voorkwam in de onherbergzame streek ten zuidoosten van Knockanarrigan in het Ierse graafschap Wicklow (Imaal is de naam van een daar stromend boek Noble art of venerieriviertje en Glen betekent “vallei”). Ook archeologische vondsten bevestigden, dat hier een zware, kortbenige hond “met kromme voorpoten” had geleefd.

 

In het begin van deze eeuw was de Glen als werkhond goed bekend in Ierland. Als tentoonstellingshond bestond hij eenvoudig niet. Daar hadden de boeren uit Wicklow geen tijd en geld voor. Het is dan ook logisch, dat zij zich bij de fokprogramma’s niet concentreerden op zaken als een “mooie, vlakke rug”, “volledig en scharend gebit” en “vlot gangwerk”, maar op de functionele kwaliteiten.

 

Later (1933), toen het ras officieel in Ierland erkend werd bleef het, om een kampioenstitel te kunnen behalen, noodzakelijk een zogenaam “Teastac Misneach” of werkcertificaat te overleggen. Dit certificaat moest de unieke werkkwaliteiten van de Glens waarborgen (onder andere onder de grond een volwassen das doden, of uit het hol slepen, zonder te blaffen).

 

Rond 1980 verschenen de eerste Glens op de Engelse tentoonstellingen.

 

Het eerste nestje Glen of Imaal Terriërs in Nederland werd medio september 1984 geboren.

 

 

 

 

 

Real time web analytics, Heat map tracking