Madra Áthas

 

 

 

Irish Glen of Imaal Terrier

FCI Standaard Nr. 302/25.04.2001/GB

Oorsprong:

Ierland

Datum publicatie van de geldige oorspronkelijke standaard:

27.01.2001

Classificatie FCI:

Groep 3 (Terriers)
Sectie 1 (grote en middelgrote Terriers) zonder werktest.

Gebruik

 

Net als alle andere Terriers moest dit kleine, taaie ras de das en vos bejagen en de rattenpopulatie tot een minimum beperken.
Nu is hij een zachtmoedige en volgzame gezinshond die persoonlijkheid uitstraalt; zijn trouwe en aanhankelijke aard maakt hem tot een zeer aangename huishond en kameraad.

Kort historisch overzicht

Zoals zoveel honden in de Terriergroep, en voor het midden van de 19e eeuw niet echt op waarde geschat door de jagers van gegoeden huize, is de Irish Glen of Imaal Terrier een oud ras dat meer eenvoudigweg lange tijd veronachtzaamd werd dan het resultaat van latere fokexperimenten.
Hij is heel duidelijk een hond die in een bepaald gebied voorkomt, beperkt door het sombere gebied van de Glen of Imaal. De boeren van deze streek, afstammend van de soldaten die in de 16e en 17e eeuw land hadden gekregen als betaling voor bewezen diensten aan de Britse Kroon, moesten hun natuurlijke sluwheid en vaardigheden gebruiken om in dit ruwe gebied te overleven. Een hond die niet zijn aandeel kon leveren in de strijd om het bestaan van alle dag kon niet getolereerd worden. Dus moest hij lange uren doorbrengen met het draaiend houden van het hondenrad en werd hij vaak ingezet tegen andere honden bij de dubieuze vechthondensport, gewoonten die nu verdwenen zijn.
Voordat de Irish Glen of Imaal Terrier op hondententoonstellingen verscheen, had hij zich door vele generaties hard werken ontwikkeld tot de sterke, robuuste hond die we vandaag de dag kennen. De Ierse Kennel Club erkende het ras officieel in 1934 en al spoedig werd een club opgericht om de belangen ervan te behartigen. Men beweert dat de Irish Glen of Imaal Terrier minder snel opgewonden is dan andere Terriers, hoewel hij altijd bereid is de achtervolging in te zetten wanneer hem dat gevraagd wordt.

Kenmerken

 

Algemeen voorkomen:

Van gemiddelde grootte met middelmatig lange vacht. Grote kracht uitstralend en de indruk wekkend van maximale substantie voor de maat van de hond.

Belangrijke verhoudingen:

Lichaam langer dan hoog.

Gedrag/Temperament:

Actief, vlug en stil tijdens het werk. Dapper, vurig en zeer moedig wanneer er een beroep op hem wordt gedaan; aan de andere kant zachtmoedig en volgzaam.

Schedel:

Van goede breedte en tamelijk lang.

Stop:

Uitgesproken, smaller wordend naar de neus toe.

Aangezichtgedeelte:

Voorsnuit krachtig.

Neus:

Zwart.

Gebit:

Sterke kaken, gebitselementen gaaf, regelmatig, sterk, van goede grootte. Schaargebit. Tanggebit acceptabel.

Ogen:

Bruin, middelgroot, rond en goed ver uiteen geplaatst. Lichte ogen dienen afgekeurd te worden.

Oren:

Klein rozenoor of halfstaand wanneer de hond attent is, teruggeslagen in rust.
Hangoor of staand oor ongewenst.

Hals:

Zeer gespierd en van gemiddelde lengte.

Lichaam:

Diep en lang, en langer dan hoog.

Rugbelijning:

Recht.

Lendenen:

Sterk.

Borstkas:

Breed en sterk, ribben goed gewelfd.

Staart:

Gecoupeerd. Sterk aan de basis, goed aangezet en vrolijk gedragen. De staarten van de pups worden op halve lengte gecoupeerd.

Een natuurlijke staart (niet gecoupeerd) is toegestaan in landen waar couperen bij wet verboden is.

Voorhand

 

Schouders:

Breed, gespierd en goed terugliggend.

Voorbenen:

Kort, gebogen en met fors bot.

Achterhand:

Sterk.

Dijen:

Goed gespierd.

Knie:

Goed gebogen.

Spronggewrichten:

Naar binnen noch naar buiten gebogen.

Voeten:

Compact en rond met ronde voetzolen. De voorvoeten staan iets naar buiten vanaf de middenvoet.

Gangwerk/beweging:

Vrij, zonder hackney-actie. Loopt zonder enige inspanning met goede stuwkracht vanuit de achterhand.

Vacht

 

Haar:

Gemiddelde lengte, hard van structuur met een zachte ondervacht. De vacht mag zodanig bijgewerkt worden dat een nette belijning verkregen wordt.

Kleur:

Blue brindle, zonder te zwemen naar zwart.
Wheaten, van een lichte tarwekleur tot een rood-gouden gloed.
Pups worden gewoonlijk typegetrouw geboren in de kleuren blauw, tarwe en roodachtig.
De maskers zijn gewoonlijk inktblauw, er kan een blauwe streep over de rug, staart en oren lopen. De donkere aftekeningen zullen met het volwassen worden verdwijnen.

Maat en gewicht 

Schofthoogte:

Reuen: 14 inches (35,5 cm) is het maximum.
Teven: overeenkomstig minder.

Gewicht:

Reuen: 35 lbs (16 kg).
Teven: overeenkomstig minder.

Fouten:

Iedere afwijking van de hiervoor genoemde punten moet als een fout beschouwd worden en de mate waarin deze fout wordt aangerekend dient in juiste verhouding te staan tot de ernst van de fout, de gezondheid en het functioneren van de hond.

- Hangoor of staand oor.

- Onder- of overbijt.

- Te kort lichaam.

- Recht front.

Eliminerende fouten:

Agressief of overdreven schuw.

‘Black & Tan’ kleur.

Smalle snuit.

Iedere hond die psychische of gedragstoornissen vertoont zal gediskwalificeerd worden.

Opmerking:

Reuen moeten twee duidelijk waarneembare teelballen hebben die geheel in het scrotum zijn ingedaald.

 

 

Real time web analytics, Heat map tracking