Een hond schaf je natuurlijk niet aan in een opwelling. Hij zal deel gaan uitmaken van je gezin en zal daarom ook in deze gezinssituatie moeten passen. Een juiste, consequente opvoeding helpt je al een eind op weg, maar net als mensen hebben honden een eigen karakter en temperament. De Glen is daarin geen uitzondering.

De Glen is bovenmatig dominant. Na zijn eerste jaar ontstaat meestal een natuurlijk overwicht op andere honden, waarbij het overigens zelden tot echte vechtpartijen komt. Aardig is het om hierbij waar te nemen, dat de eventueel toch wat vechtlustige of rebelse Glen zelden of nooit de strijd aangaat met kleinere honden. Deze “zelfoverschatting” is kenmerkend voor het ras.

In huis zijn de Glens vaak opmerkelijk rustig; buiten daarentegen zeer speels en bewegelijk. Zij zijn opmerkelijk lief voor kinderen en verrassend volgzaam (voor een terriër) ten opzichte van hun baas. Het dominante karakter in aanmerking genomen, is die gehoorzaamheid een opvallende eigenschap.

Het karakter van elke hond wordt voor een zeer groot deel gevormd door een goede socialisering van de pups, gevolgd door een liefdevolle, maar consequente opvoeding. De jonge Glen blijft lang jong en puppyachtig en hierin schuilt de verleiding bij ongewenst gedrag niet op tijd in te grijpen. Vertedering maakt verbieden en zo nodig straffen vaak erg moeilijk, maar PAS OP! Het bijvoorbeeld niet ingrijpen of vertederend lachen wanneer de jonge Glen naar een andere hond uitvalt, is een eerste beloning voor het dan nog als onschuldig gezien gedrag. En hoewel hij zich wat dit betreft niet onderscheidt van andere kortbenige terriërs, is het hanteren van een dominante Glen moeilijker, eenvoudigweg omdat hij veel sterker en zwaarder is dan zijn rasgenoten.

De meeste Glen of Imaal Terriers zijn behoorlijk waaks. Het zijn echter geen doorblaffers. De zware blaf, zelfs bij de nog jonge Glens, maakt meestal wel indruk.

Ten aanzien van het jachtinstinct kan het volgende opgemerkt worden: je kunt met een Glen uitstekend los door het bos, de heide of over het strand wandelen; hij zal zijn baas niet snel verlaten voor een lange speurtocht op z’n eigen houtje. Wel volgt hij uiteraard sporen van konijnen, hazen, vogels en wat dies meer zij. Glens zijn overigens goede speurders. Zij beleven over het algemeen veel plezier bij speur- of trackingcursussen die door gespecialiseerde hondenscholen georganiseerd worden.

 Toby aaihond

Glens zijn niet altijd wildebrassen en zijn zeer mensgericht. Steeds vaker worden volwassen Glens ingezet als therapiehond bij, met name, geriatrische patiënten en bezoeken zij samen met hun baas het verzorgings- of rusthuis.

Geschikt/Niet geschikt

Kort, op een rijtje, de voor- en nadelen van een Glen of Imaal Terrier.

Geschikt wanneer je:

  • eigenlijk een grote hond wilt, maar door omstandigheden gedwongen naar “iets kleiners” zoekt;
  • graag met je hond stevige wandelingen maakt, zonder daar dagelijks uren aan te willen/kunnen besteden;
  • een natuurlijke, gezonde hond wilt;
  • een hekel aan verharen hebt;
  • van nerveuze honden zelf onrustig wordt, immers de Glen is van nature rustig;
  • een middelgrote waker wilt, die klinkt als een hele grote;
  • een uitgesproken moedige, zelfbewuste hond zoekt.

Minder geschikt wanneer je:Baggerbekje Maywen

  • een schoothond wilt (de Glen zelf heeft daar niets op tegen hoor!);
  • met je hond aan de lijn wilt fietsen;
  • een vacht die zand en modder meeneemt erg vies vindt;
  • van een anti-autoritaire opvoeding houdt;
  • graag met een bekend ras aan de lijn loopt.

Maar minstens zo belangrijk bij de besluitvorming is, of je op het type hond valt en zijn uitstraling. Is dat niet het geval, dan ben je ongeschikt voor de Glen!