Om een hondenras goed te kunnen begrijpen is het nodig iets van de geschiedenis van het ras te kennen en vooral iets te weten van het werk waarvoor het ras destijds gefokt werd. Veel van deze werkeigenschappen zul je terugvinden in de hond van vandaag.

 

In het verre verleden werd de Glen gebruikt voor verschillende taken. De boeren in Ierland die Glens hielden waren niet rijk genoeg om voor elke taak een aparte hond er op na te houden, dus de Glen bewaakte het erf (ook nu is hij nog steeds zeer waaks); hield het terrein vrij van ratten, muizen, mollen en andere ongenode gasten (ook dat is hij nog niet verleerd, dus hou rekening met je konijntje, cavia of hamster); draaide het spit of het karnwiel (een goed getrainde Glen is vrijwel onvermoeibaar) en hij werd ingezet bij de jacht op de das. Daartoe werd de hond losgelaten bij de ingang van een dassenburcht waarbij het de bedoeling was dat hij de das direct doodbeet of naar buiten sleepte. Tijdens het gevecht met de das moest de Glen stil werken, dat wil zeggen: hij mocht niet blaffen. Ook deze eigenschap zien we nog steeds terug bij de hedendaagse Glen. Bij grote opwinding blaft hij zelden of helemaal niet. Ook de Glen die bijvoorbeeld door zijn eigenaar in een pension of een andere, vreemde omgeving wordt achtergelaten houdt zich meestal heel stil. Hij lijkt dan onaangedaan, maar het tegendeel is waar!

Pijn wordt eveneens in stilte verdragen. Daardoor wordt er gezegd dat het “harde” honden zijn, maar de Glen voelt de pijn natuurlijk wel degelijk! Hij laat het alleen niet zo merken.

 

De boeren in Ierland waren arm, dus overdadige maaltijden waren niet gebruikelijk en zeker niet voor de hond. Een al te rijk, hoogwaardig voer is dan ook voor de Glen minder geschikt. Indien hij tijdens zijn opgroeiperiode gevoerd wordt met puppybrokjes voor kleine rassen zal hij vaak groeipijnen (enostosis) ontwikkelen als gevolg van deze voeding, die voor hem veel te veel kalk en eiwitten bevat.

Eenmaal volwassen worden veel Glens snel te dik, omdat zij eigenlijk te weinig beweging krijgen en er niet snel om zullen vragen. Onthoud dat de Glen een hond is die gefokt is om lang en hard te werken en dus elke dag flink zal moeten kunnen bewegen. Alleen op die manier kan hij de bespiering ontwikkelen die hij bij zijn geboorte heeft meegekregen.

 

Een andere taak die de Glen ooit, in een ver verleden, toegewezen kreeg door zijn Ierse eigenaren was het vechten (in open veld) tegen andere honden. Gelukkig zijn deze gevechten al lang verboden, maar de Glen is er, jammer genoeg, nog steeds heel erg goed in. Een bijkomend voordeel is wel dat, als mensen honden wilden fokken die fel waren op andere dieren, deze honden diezelfde agressie niet mochten richten op mensen. Zij zouden dan immers een gevaar voor de eigenaar worden en dat was natuurlijk niet de bedoeling! De Glen is daarom dan ook buitengewoon verdraagzaam naar mensen en met name voor kinderen is hij bijzonder lief. Eigenlijk is hij een van de meest ideale gezinshonden die men zich wensen kan. Hij neemt door zijn formaat niet veel plaats in terwijl het toch een flinke hond is die tegen een stootje kan.

 

In huis is de Glen heel rustig, buiten levendig en speels. Zijn zware blaf doet indringers vrezen dat er op zijn minst een Bouvier aan de andere kant van de deur staat. Hij is zeer aanhankelijk en trouw. Omdat hij een sterke “will to please” heeft, leert hij graag. Er zijn Glens als beste geslaagd op gehoorzaamheidscursussen! Ook behendigheid doet hij graag en goed, mits de toestellen zijn aangepast aan zijn formaat. Omdat de Glen redelijk dominant van aard is, dient zijn eigenaar wel consequent te zijn!

 

(Bron: “Rotsvast”)